DE VOORSTAD GROEIT – Louis Paul Boon (1943)

De Voorstad Groeit (LP Boon) 9e druk 2000This time a post in Dutch, about the debut of Louis Paul Boon, an Flemish author, born in 1912. In 1979 he was invited to the Swedish embassy sometime before the Nobel Prize was awarded, likely to be informed of him winning it, but since he died the day before, he never got it, as Nobel Prizes are only awarded to the living. De Voorstad Groeit translates as The Suburb Grows, and deals with themes of urbanization, poverty and the lives of factory workers somewhere in the first half of the 20th century.

An early French translation by Marcel Defosse was never published, and no other translations exist as far as I know. A shame, because this book remains as powerful and relevant as when it was written. It has been compared to the work of Jon Dos Passos.

Next post will be in English again – probably a review of Bewilderment by Richard Powers.



Hoewel Boon een van onze grootste schrijvers is, en misschien zelfs de grootste romancier, is het grootste deel van zijn omvangrijke oeuvre enkel tweedehands verkrijgbaar. Van dit debuut werden in de loop der jaren ongeveer 82 000 exemplaren verkocht, omnibusuitgaven incluis. Ik las de 9e druk, de zogenaamde wetenschappelijke ‘Werkuitgave’, in 2000 door Querido uitgegeven op vijftienhonderd exemplaren, met achteraan een 40-tal erg interessante bladzijden publicatiehistoriek, receptiegeschiedenis en tekstverantwoording.

Die publicatiehistoriek is opmerkelijk omdat dit boek tijdens de oorlog is uitgegeven, nadat het in 1942 de Leo L. Krynprijs had gekregen – een literaire prijs met o.a. Willem Elsschot in de jury. Dat toont eens te meer ons – of toch op z’n minst mijn – gebrekkig historisch besef aan. Ik had niet gedacht dat tijdens de Duitse bezetting literaire prijzen werden uitgeschreven, of dat Angèle Manteau 3000 expemplaren van dit boek had kunnen of zelfs willen uitgeven – winkelprijs 35 Belgische Frank. Het is zelfs besproken door heel wat (Duitsgezinde) recensenten.

Die Duitsgezinde heren zijn het haast allemaal roerend eens dat De Voorstad Groeit vormelijk en qua taal een ijzersterk boek is en Boon een groot nieuw talent. Enkel over de inhoud twijfelt men: het boek zou te ‘miserabilistisch’ zijn, en daarom als het ware voorbijgestreefd. De Nieuwe Orde kwam er immers aan, en na de oorlog zouden alle problemen van de arbeiders en het volk toch als sneeuw voor de zon verdwijnen?

Miserabilisme verwijst in de Franse literatuurkritiek naar “een bepaald soort pessimisme dat, behalve door uitzichtloze somberheid, gekenmerkt zou worden door een extreme, ziekelijke gevoeligheid voor armoede en ellende in zowel fysieke als geestelijke zin. Het begrip werd in Vlaanderen al voor de oorlog systematisch in verband gebracht met waardenverlies, nihilisme en decadentie.” In “het behoudsgezinde katholiek-burgerlijke milieu (…) had het een erg pejorative betekenis.”

Zonder al te diep op de kwestie in te gaan getuigt de reactie van bepaalde toenmalige lezers op de inhoud van Boons debuut van de diepe, diepe kloof die gaapte tussen een deel van de burgerij en de werkmensch. Op de keper beschouwt is De Voorstad Groeit immers een realistische roman, en is zijn somberheid ook gerechtvaardigd. Die diepe kloof bestaat uiteraard vandaag nog, iets wat ik keer op keer merk wanneer mensen met een totaal gebrek aan feitenkennis en inlevingsvermogen over armoede spreken als een vorm van karakterzwakte.

In die zin heeft De Voorstad Groeit nog niets van zijn zeggingskracht verloren: de roman blijft even actueel als in de veertiger jaren. Het moet echter gezegd dat ook vandaag weinigen door het boek zullen overtuigd worden om met meer begrip naar mensen aan de rand te kijken – daarvoor legt het boek te weinig de mechanismen bloot die mensen klein en arm houden. Boon probeert niks te verklaren of te duiden, hij registeert enkel – hij is al vaak vergeleken met een seismograaf.

Hoewel het boek inderdaad bedrukkend is, moet ik toch wijzen op de lichtpuntjes die her en der verscholen zitten: de liefde voor het kind, de liefde tout court, de schoonheid van de natuur, het wonder dat de wereld is, de ontroering die kunst kan teweegbrengen – de lijst hoeft eigenlijk niet te verbazen, het zijn typisch romantische dingen. Zeggen dat er geen hoop in de roman zit is dus kort door de bocht, want het werk is net een proeve van de kracht van de mens om ondanks alle miserie verder aan te kloten – de honger naar het leven.

Romantisch, ja, maar ook realistisch.

“Het leven is schoon, zegt hij, pak nu dien wortel, of die savooi, wat mankeert daar aan? Zulke fijne teekening, zoo soepel van lijn, zo schoon van kleur, het is een wonder om te zien, zoo volkomen en af. Ja, zegt Jean, maar binnen in uw savooi zitten maaien die trachten het hert op te vreten, en zoo is het met alles; ge hebt daar nu een man getekend en ge kunt ook zeggen dat hij schoon is van lijn, enzovoort maar wat is een lijn? Na een bombardement blijven er niet veel school lijnen over. En daarbij, het is dat niet wat ik wil zeggen, ik spreek over het geluk voor de menschen, over het groot huishouden dat de wereld zou moeten zijn, en waar ze een straat van maken met verschillende winkels die malkander doodconcureeren.”

Het is daar dat De Voorstad Groeit uitblinkt: in het naast elkaar plaatsen van verschillende perspectieven die tegelijkertijd waar en tegengesteld zijn – in de kern is het even meerstemmig als de boeken over de Kapellekensbaan. In een paar zinnen wordt in een perfect natuurlijke spreektaal zowel het verhevene van de schepping, het lijden door oorlog en utopisch denken met elkaar verbonden. Alsof het niks is. Het proza van Boon is ongelofelijk krachtig, en dat de volle 292 bladzijden – een lange geut scherpzinnig bewustzijn, een opmerkzaamheid die intuïtief aanvoelt maar toch duidelijk geconstrueerd is. Dat proza vergt wel een trage, geconcentreerde lectuur, want veel van het plot gebeurt tussen de lijnen.

Voor een verdere besprekingen van thematiek en vertelvorm verwijs ik graag naar de uitstekende tekst van G.F.H. Raat die in 1980 in Maatstaf verscheen, en naar de wat langere beschouwing van Boon-autoriteit Kris Humbeeck uit 1998, die in de losbladige publicatie Lexicon van Literaire Werken verscheen. Beide zijn gelukkig bewaard en ontsloten in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.


Ik wil het hier nog hebben over iets dat onbelicht is gebleven in de secundaire literatuur die ik vond, iets dat ook te maken heeft met historisch besef. Voor mij was De Voorstad Groeit het sterkst in de eerste helft, wanneer de meeste personages nog jong zijn, en telkens pijnlijk blijkt dat ze hun gevoelens niet kunnen uitdrukken, ze wellicht niet eens zelf begrijpen. Keer op keer laat Boon snedig psychologisch inzicht zien, een voldragen begrip van de mens – zonder enige zweem van beschuldigend gemoraliseer – opnieuw alsof zoiets vanzelfsprekend is.

Het is daar dat de roman het interessants is als tijdsdocument, als een verhaal uit en over een tijd die in niets vergelijken valt met onze huidige belijdeniscultuur. Via het onderwijs en de media lukt onze samenleving er vandaag veel beter in om mensen te doen na denken over zichzelf en hun eigen gevoelens, en die ook te communiceren. Hoewel het vermoedelijk niet Boons hoofdbedoeling was, kwam dit besef tijdens het lezen herhaaldelijk als een mokerslag binnen, omdat het de tragiek van het leven toen nog zovele malen groter maakt.

Het is zo vaak gezegd: de burger is mondig geworden vandaag, en die burger mag het eindelijk ook eens uitleggen op de televisie – zelfs in het dialect. Maar het is pas door het lezen van De Voorstad Groeit dat ik me dat aspect van het leven van mijn groutouders en overgrootouders beter kan voorstellen, ook al heb ik ze nog lang gekend, en voelde ik intuïtief wel wat verschillen ter zake aan. Wie kan het zich voorstellen dat we in onze eigen huiskamer, zelfs al kijkt er helemaal niemand mee, ons toch moreel verplicht voelen, uit een soort van schaamte, recht te springen als de Brabançonne op BRT1 weerklinkt, vlak voor de koning zijn nieuwjaarstoespraak houdt? Onze eigen reflex niet te begrijpen en daardoor geen foert te kunnen zeggen?


Net zoals De Kapellekensbaan en Zomer-te-Termuren is De Voorstad Groeit schatplichtig aan Nietzsche: er is de eeuwige terugkeer van hetzelfde, en moreel gezien is de wereld een bol wol.

“tusschen een moordenaar en een dief, een heilige of een schijnheilige ziet hij geen verschil. Neem me nu de wereld lijk zij is en wat ziet ge? Een dikken bol saai waar ge al de draadjes zoudt moeten uit elkander halen, het eene hangt vast aan het andere en ze hebben allemaal dezelfde kleur. En ge zoudt zeggen: die heeft het gedaan, die heeft gestolen, die heeft mijn onrecht aangedaan. Zijt ge daar zeker van? Hebt ge het eene draadje niet voor het andere genoemen? Marian zwijgt, wat kunt ge daar op antwoorden?”

En inderdaad, alles komt terug, of beter, niets verandert. Ook vandaag kloot het volk verder richting afgrond, met oorlogen op de achtergrond. Wat Raat in 1980 schreef over Boons debuut blijft onverkort gelden:

Ook dit vormt geen aanzet tot bewustwording; het volk is stekeblind voor het amoralisme en de nakende ondergang. Terwijl het gerommel van alweer een nieuwe oorlog hoorbaar is, vertelt de man met het houten been zijn oude verhaal, maar geen mens in Marks Droomstad gelooft hem nog. Zoveel kortzichtigheid zat, neemt de schrijver afscheid van het volk: ‘En… ach, enzovoort, enzovoort.’


De trilogie gevormd door Mijn Kleine Oorlog, De Kapellekensbaan en Zomer-te-Termuren hadden mij al ruimschoots overtuigd van Boons meesterschap. Zomer-te-Termuren is wellicht zelfs het beste Nederlandstalige boek dat ik ooit gelezen heb. Maar dat was twintig jaar geleden, toen ik nog op de schoolbanken bij meester Humbeeck van de UIA zat, tijdens een vak dat nota bene over die drie boeken ging.

Nu ik eindelijk ook het debuut gelezen heb, kan ik niet anders dan plaats te maken voor Boon naast J.M.H. Berckmans, in de weinige slots voor Nederlandstalige literatuur die op deze blog voorhanden zijn. Menuet, Vergeten Straat en De Paradijsvogels staan reeds in de kast, en ik kijk uit naar wanneer Het Jaar 1901 zal verschijnen, in een nieuwe band van het verzameld werk. En ooit herlees ik natuurlijk de boeken over de Kapellekesbaan.

De Voorstad Groeit is niet voor iedereen weggelegd: een sterke maag en de moed om de realiteit strak in de onverschillige ogen te kijken zijn broodnodig. Ook al is het vaak een feest van angst en pijn, en duurt het bij wijlen lang, het blijft een feest.


Al jaren is De Arbeiderspers samen met het L.P.-Booncentrum van de Universiteit Antwerpen bezig met een nieuwe uitgave van het verzameld werk in 24 delen, in betaalbare paperbacks, met telkens een uitgebreide “nawoord waarin aandacht wordt besteed aan het ontstaan van [de] tekst en de contemporaine kritische ontvangst ervan.” In 2011 verscheen De Voorstad Groeit in deel 1 van dat verzameld werk. Nieuw is het enkel nog als e-book te verkrijgen. Eerdere drukken vind je vlot op Boekwinkeltjes.nl.

731016AP Boon_De avond


Consult the author index for my other reviews, or my favorite lists.

Click here for an index of my non-fiction or art book reviews, and here for an index of my longer fiction reviews of a more scholarly & philosophical nature

6 responses to “DE VOORSTAD GROEIT – Louis Paul Boon (1943)

  1. Interessant. Ik heb nooit van de schrijver gehoord. Maar er zijn veel Vlaamse en Nederlandse schrijvers waar ik nog nooit van heb gehoord. Ik kan mij goed voorstellen dat het onderwerp van klasseverschillen nog steeds heel relevant voelt, want ik heb het idee dat de verschillen tussen arm en rijk de laatste jaren sterk aan het groeien is. Ik zie de toekomst somber in, tegenwoordig.

    Liked by 1 person

    • Boon wordt geplaatst in het rijtje van de zogenaamde ‘grote vijf’ uit de Nederlandstalige literatuur van de 2e helft van de 20e eeuw, met in Nederland Gerard Reve, WF Hermans en Harry Mulish, en in Vlaanderen Hugo Claus en Boon. Ik neem aan dat je van een aantal van die andere namen al wel gehoord hebt op de middelbare school? Mulish is zelfs bij ons in Vlaanderen nog steeds levend canon – op veel scholen hier wordt De Aanslag nog gelezen. Het is toch steeds interessant om te zien dat er toch effectief een kloofje is tussen de Nederlandse en Vlaamse literatuur, ook al lezen we wel wat van elkaar, het blijven wat gescheiden werelden.

      In elk geval, Boon staat dus op het niveau van die 4 anderen, en ik zou zeggen dat hij vormtechnisch de meest vernieuwende is, en misschien de meest allround schrijver ook, toch op het vlak van de roman – Claus heeft bv. ook invloedrijk theater en poëzie geschreven. Met Claus heb ik echter nooit veel gehad, een paar boeken en dichtbundels niet te na, en hoewel ik van Reve met heel veel plezier quasi heel zijn verzameld werk gelezen heb, en ik hem effectief een meesterlijk stylist vind, is hij toch wat een one trick pony. Wat ik van Hermans heb gelezen is ook meesterlijk, ook inhoudelijk, maar da’s ook maar een boek of 3, te weinig eigenlijk, daar zou ik ook terug werk van moeten maken.

      Wat mij nog binnenspringt qua Vlaamse literatuur die de tand des tijds ruimschoots doorstaan heeft is Willem Elschot, ook een meesterlijk stylist, maar da’s eerste helft 20e eeuw.

      Als je heel dat rijtje bekijkt springt Boon er voor mijn toch net boven uit, en als ik één schrijver moest kiezen in gans de Nederlandse literatuur, dan kom ik toch bij hem uit voor romans, en bij Paul Van Ostaijen voor gedichten. Wellicht zijn die keuzes cliché en wat klassiek voor velen, met 2 voor de hand liggende namen, maar er is natuurlijk een reden waarom die namen zo voor de hand liggend zijn.

      Wat betreft je pessimisme, ik deel het ten dele, maar ik neem aan dat we nog wel enige comfortable decennia tegemoet gaan. Het is in mijn leven tot hiertoe al mooi geweest, zonder oorlog, hongersnood of andere bestaansonzekerheid, en dat is eigenlijk uniek als je dat vergelijkt met de geschiedenis of de rest van de planeet. Ik heb een tijd geworsteld met het lot van mijn kinderen, maar met wat geluk gaan die ook een solide basis krijgen en opgroeien zonder noemenswaardige problemen. Stel dat het leven toch echt significant moeilijker wordt vanaf 2040 ofzo, dan wil dat nog steeds niet zeggen dat ze geen betekenisvol leven kunnen leiden, ook al is het in moeilijkere omstandigheden dan het grootste deel van mijn volwassen leven. Maar misschien vergis ik me, en staan we al veel vroeger voor hetere vuren.

      Liked by 1 person

      • Van de namen die je noemt, heb ik gehoord van Reve, Hermans, Mulish en Elschot, maar ik heb heel mijn leven nog geen woord van hen gelezen. Spijtig. Maar beroemde Nederlandstalige boeken gaan vaak over de oorlog, of religie of armoede en het spreekt me niet zoveel aan.

        Ik vrees dat we zeer binnenkort in een economische crisis belanden. Er zijn langetermijntrends die erop wijzen dat we naar een economisch moeilijke tijd gaan met grote verschillen tussen arm en rijk en een situatie die rijp is voor revoluties. Zie bijvoorbeeld: https://www.youtube.com/watch?v=pw63w_hcLEU En dan kijken we nog niet eens naar de ecologische crises die er gaan komen.

        Liked by 1 person

        • Hoewel ik het er mee eens ben dat er mogelijk een economische crisis aan komt, ben ik toch niet helemaal overtuigd door die video, die voornamelijke de alarmistische inflatie/schuld-kaart trekt. Ik weet niet of dat nog noodzakelijk leidt tot een ineenstorting. Ik hoed me voor zogenaamde economische vergelijkingen met het verleden, terwijl de huidige wereld anders in elkaar zit. De waarde van geld is uiteindelijk een afspraak, en de first world heeft weinig belang om zo’n crisis lang te laten aanslepen – in 2008 is ook gewoon geld bijgedrukt, en dat heeft gewerkt. De crisis van 2008 is eigenlijk een interessant voorbeeld: die heeft velen inderdaad getroffen, maar terzelfdertijd ook heel veel mensen niet, of amper, en heeft uiteindelijk op geen enkele manier de Westerse samenleving structureel op zijn kop gezet.

          Nu goed, ik ben geen econoom, maar mijn aanvoelen is dat economen het ook niet weten. Een aantal van de analyses in die video kloppen natuurlijk: er is een ontkoppeling tussen de delen van de beurs en de echte economie, er is vergrijzing, enz. De vraag is of dat allemaal wel problemen zijn die noodzakelijk tot een grote economische crash zullen leiden, die dan ook nog eens tot geweld in Europa zal leiden?

          Langs de andere kant, het is duidelijk dat er op dit moment problemen zijn: de gasprijzen, supply-chain problemen, stijgende huizenprijzen, Brexit, het traag imploderende politieke systeem in de USA, enz. Het zou best kunnen dat het systeem inderdaad onder significante druk komt te staan. Alleen geloof ik dat de levenstandaarden in grote delen van Europa nog steeds zo goed zijn – zelfs al is er grote ongelijkheid – dat weinigen geneigd zullen zijn om met geweld op straat te komen. Ik ben ook niet overtuigd dat die levensstandaard sowieso significant onder druk zal komen te staan owv inflatie of te grote overheidsschuld.

          Begrijp me niet verkeerd, ik ben zeker niet optimistisch over de toestand van de wereld, noch ecomomisch, noch ecologisch, maar ik heb het gevoel dat het hier in Vlaanderen en Nederland allemaal wel zal meevallen in de nabije toekomst qua samenlevingsdisruptie. Maar dat gevoel kan absoluut fout zijn, en gevoed door een zekere gewoontebias.

          Like

        • Mocht je ooit van idee veranderen, toch wat tips ivm een paar van die andere auteurs, mijn Boon-tip staat in een comment hieronder, maar dat boek gaat wel over de oorlog, al is het op een wat atypische manier.

          Hermans: ‘Nooit Meer Slapen’ is een klassieker met recht en reden, fantastisch boek. Gaat niet over de oorlog, armoede of religie, als je dat kan geruststellen. Beetje een existentiele roman over iemand die voor zijn doctoraat in de geologie meteorieten gaat zoeken in de uitgestrekte wildernis van Noorwegen. Ik heb ook erg genoten van ‘Richard Simillion’, een soort autobiografische roman, voornamelijk over zijn kindertijd.

          Reve: ‘Werther Nieland’ is een ontwapenend boek over de kindertijd, dat ook niet over oorlog, armoede of religie gaat. Verder zijn de zogenaamde brievenboeken (‘Op Weg Naar Het Einde’ en ‘Nader Tot U’) ook erg onderhoudend, Reve vertelt op een haast komische manier over zijn reis naar London en andere dingen die er in zijn leven voorvallen. Zijn bekendste werk ‘De Avonden’ vond ik rond mijn 20 schitterend, en ik heb het een paar jaar geleden proberen te herlezen, maar het klikte toch niet meer, dus ik kan het nu moeilijk aanraden. Het gaat over de 9 avonden voor oudjaar en oudjaar zelf, 10 hoofdstukken, 1 per avond. Heel wat fans lezen het elk jaar in de aanloop naar oudjaar, elke dag een hoofdstuk.

          Mulish: Ik heb als tiener erg genoten van ‘De Ontdekking van de Hemel’, geen idee of ik het nu nog de moeite zou vinden. Dik boek waarin Mulish m.b.h.v. fantasy-elementen (engelen & god) een soort herschrijving doet van de 20e eeuwse geschiedenis.

          Like

    • Als je ooit iets van Boon zou willen lezen, dan raad ik als eerste roman altijd ‘Mijn Kleine Oorlog’ aan, dat is een heel kort boekje, dat zowel qua vorm, proza en thematiek exemplarisch is, en is makkelijk in een halve dag uit te lezen. Het is een soort kaleidoscopisch verslag van de 2e Wereldoorlog vanuit het oogpunt van gewone mensen. Het is zeker 2e hands nog vlot verkrijgbaar voor weinig centen.

      Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s