TAXI NAAR DE BOERHAAVESTRAAT – J.M.H. Berckmans (1995)

Taxi naar de BoerhaavestraatIk lees al jaren amper nog Nederlandstalige literatuur, vaak helemaal niks. Vorig jaar alleen Jagers In De Sneeuw, de fantastische debuutbundel van Eric Spinoy, uit 1986. Die had ik op een rommelmarkt in de Markgravelei in Antwerpen gevonden. Hetzelfde kraampje had ook Taxi Naar De Boerhaavestraat van JMH Berckmans. Het werk van Berckmans is moeilijk te vinden – alleen zijn laatste boek Ge Kunt Geen Twintig Zijn Op Suikerheuvel (2006) is nog relatief vlot verkrijgbaar, en 4 Laatste Verhalen – in 2009 postuum uitgegeven. Een vijftal andere titels zijn tegenwoordig wel verkrijgbaar als e-book, zelfs op bol.com: vooruitgang.

De Boerhaavestraat ligt in de Seefhoek, en op nummer 20 is er De Wilg, een sociaal centrum van het Antwerpse OCMW. De Wilg begeleidt onder andere mensen met een psychiatrische problematiek die elders geen opname kunnen betalen. Het is genoegzaam geweten dat Berckmans in 1977, 24, zelfmoord heeft proberen te plegen. Berckmans had na de eerste kandidatuur Germaanse – grote onderscheiding trouwens – een zware depressie gekregen, gevolgd door een manisch avontuur als succesvol schoenenverkoper in Italië, om dan terecht te komen in wat heel zijn leven lang een sukkelstraat zou blijven. Taxi Naar… is een bundel uit 1995 met 9 stukken, zo’n 10 tot 30 bladzijden lang.

Ik heb eens een avond en een nacht met Jean-Marie Henri Berckmans doorgebracht, op 18 november 2006, in jeugdhuis Zigzag in Merksplas, waar we een literaire avond hadden georganiseerd. Ik had er gedichten voorgelezen uit een ongepubliceerde bundel, en Berckmans zou er ook voorlezen. Daar is weinig van gekomen, zoals je hier al kon lezen. Geen twee jaar later was hij dood, gestorven omdat hij weinig at en enkel dronk.

JMH Berckmans

Het gevaar van een recensie van een boek van Berckmans is exact dat van hierboven: een soort romantiserende anekdotiek. Berckmans was rock ‘n roll, Berckmans was een man van staal, de ultieme nachtburgemeester, de Vlaamse Bukowski, hij had schijt aan conventies, Jean-Marie was dit en dat en ladidie, ladida. Zoals ik hem heb toen in de winter van  2006 heb ervaren, en wat er ook uit zijn boeken spreekt, behoeft geen geromantiseer. Er is alleen de tragiek van een miskende, manisch-depressieve schrijver, een eenzame, zieke man, overgevoelig, ongelofelijk intelligent en toch inwoner van de 4e wereld. Een bange mens die uiteindelijk, net zoals Louis Paul Boon, er dan toch is in gelukt een soort trage zelfmoord te plegen door zich kapot te zuipen. Bijna 55.


Taxi Naar De Boerhaavestraat is fantastisch, maar niet omdat het rock ‘n roll is, niet omdat het vol staat van “Célineske tirades” zoals Arnold Heumakers in de Volkskrant schreef. Het gaat hem niet om “wrange ironie” of “superieur sarcasme”. Het is geen “heuse klassieker van het paranoïde genre” zoals Frank Hellemans in de Knack zei: Berckmans’ werk is niet paranoïde, het is niet “haveloos”.

Het getuigt daarentegen van een doorleefd contact met de werkelijkheid. Want laten we wel wezen: de dood wacht ons allen, en er gebeuren en gebeurden de meest verschrikkelijke dingen met miljoenen, miljarden mensen. Alcohol mag dan een vlucht zijn geweest, Berckmans zwaar ziek, Taxi Naar De Boerhaavestraat toont de menselijke realiteit scherp, zonder schmink. We zijn zoogdieren, lichamen. Berckmans waste zijn eigen lijf veel te weinig, en het herhaaldelijk beschrijven van snottebellen, pisvlekken en schijtvegen lijkt misschien goedkoop en gemakkelijk, maar gaat uiteindelijk naar de kern van de dingen.

Ja, de verhalen in Taxi Naar De Boerhaavestraat gaan vaak over hetzelfde: mensen aan de toog, ‘s nachts; overdag, bij hun ouders op de sofa, uitkaterend. Berckmans’ werk lijkt repetitief, maar is het verre van. De inhoud wel, ja, vaak, zoals het bestaan zelf repetitief is. Toch geeft Berckmans elk van de verhalen een volstrekt eigen toon, en dat toont zijn lucide meesterschap.

De gedachtestroom in een geheel eigen idiomatisch parlando lijkt soms snel snel bij elkaar geschreven, maar de bundel in zijn geheel verraadt toch duidelijk compositie en een beheerste doelgerichtheid: er zijn te veel zinnen wiens effect afhangt van wat voordien kwam.

De meeste verhalen gaan over telkens een ander alter ego van Berckmans zelf, maar het drieluik Het Einde Van De Eeuw is dan weer een soort surreële politieke thriller, die vaag doet denken aan Kafka. Het verhaal toont misschien nog het meest tragische aspect van Berckmans’ schrijverschap. Want hoewel ik Taxi… zonder overdrijven geniaal vind, spreekt er ook een soort gemis uit, een wat als? Wat als Berckmans zijn verslaving had kunnen overwinnen, z’n leven ietsiepietsie beter op de rails had gekregen? Nog een ‘echte’ roman had kunnen schrijven? Berckmans debuteerde in 1977 met de roman Geschiedenis Van Een Revolutie, en hij hernam het schrijven pas in 1989, met telkens verzamelingen van korte stukken.


We hoeven elkaar geen Liesbeth te noemen: een deel van de aantrekkingskracht van Taxi… zit hem in een soort voyeurisme, een nieuwsgierigheid naar de excessen van alcohol en de marginaliteit. Maar opnieuw, romantiseren is hier niet op z’n plaats, en de bittere hardheid van het boek zelf verhindert dat ook. Het is een beetje zoals de foto’s bij deze post: enkel de foto onderaan, die in het helderste licht, toont de echte waarheid. Op eenzelfde manier laat Taxi… een deel van de werkelijkheid zien, zonder veel flou artistique.

Wat er in Berckmans’ proza allemaal gebeurt is erg herkenbaar voor wie talloze keren tot de ochtend in Antwerpse cafés heeft vertoefd – en Taxi… lezen was daarom ook deels een persoonlijke retrospectieve – benijdzaam is het duidelijk niet, hoe heerlijk bulderend het soms ook mag lijken. Bestaansonzekerheid is een vicieuze cirkel, en uiteindelijk waren we toch maar toeristen in die wereld, in het bezit van voldoende perspectieven.


Berckmans heeft het allemaal al vroeg opgeven. Hij dacht misschien dat niet meer hopen geen angst meer zou betekenen. Dat was natuurlijk buiten de waard gerekend. Hij leefde als het ware in het ultieme nu, zonder klaarblijkelijke schaamte, een dronken kluizenaar die lak had aan de waan van de dag en de oneerlijkheid van het burgerleven. Ik weet niet wat hij zag als hij in de spiegel keek – een vuil, bescheten lichaam wellicht, waarvoor hij zich schaamde.

Verlichting komt in vele vormen, en is niet noodzakelijk een zegen.


Volgend jaar eind augustus is JMH 10 jaar dood. Ik mag hopen dat een of andere uitgeverij zich dan eindelijk eens aan een deftige uitgave van zijn verzameld werk waagt. Nu rest er enkel die hoop zwarte kolen op het Schoonselhof, en dat is niet genoeg.

JMH BerckmansJMH Berckmans

JMH BerckmansJMH Berckmans

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s