Eén zwaluw maakt de lente niet.

Op de website van De Standaard van vandaag las ik dit, een parafrase van een deeltje uit een interview dat Bart De Wever (N-VA) met het Franse tijdschrift Politique Internationale hield:

“Volgens De Wever is Sarkozy, die net als hijzelf ook uit een bescheiden familie komt, zo hoog opgeklommen dankzij zijn overtuiging, intelligentie en inzet. Dat bewijst dat je afkomst er niet toe doet.”

Ik ga er in het onderstaande vanuit dat de parafrase van De Standaard correct is.

Dat is wel erg kort door de bocht. Ten eerste is ‘een bescheiden familie’ nogal vaag: er is bijvoorbeeld een verschil tussen gezinnen met weinig geld die toch intellectuele ontwikkeling stimuleren, en gezinnen met weinig geld die dat niet doen.

Er zijn dus grote verschillen in bescheidenheid: bij de vergelijking tussen een kind uit een gezin met, bijvoorbeeld, een afwezige vader en een pas ontslagen moeder die, om wat voor reden dan ook, geen werk meer vindt, en het kind dat Bart De Wever ooit was, lijkt mij ‘afkomst’ wel degelijk een factor.

Het blijkt dat De Wever intelligentie belangrijk vindt. Uiteraard is intelligentie belangrijk, meer nog, er is ontegensprekelijk een correlatie tussen sociale klasse (afkomst) en intelligentie. Dat verband is uiteraard (en gelukkig) niet absoluut, en dat bewijst De Wever zelf. Maar er zijn natuurlijk wel degelijk heel wat mensen die laaggeschoold zijn én blijven, net omwille van hun verstandelijke vermogens, en die verstandelijke vermogens worden wel degelijk mede bepaald door je biologische en sociale afkomst – om dat te snappen hoef je geen geneticus, psycholoog of hersenbioloog te zijn. Hebben die minder intelligente mensen dan ook, ondanks hun afkomst, maar met een gelijke inzet en een gelijk geloof in de eigen overtuiging, evenveel kans op het behalen van een universitair diploma? Of evenveel kans om partijvoorzitter te worden? Of Prof. Dr., zoals Barts elf jaar oudere broer Bruno?

Omdat afkomst er niet toe doet, is het vermoedelijk louter te wijten aan de inzet, de overtuiging en de intelligentie van Alexander De Croo dat die nu partijvoorzitter is, en is het vermoedelijk louter te wijten aan de inzet, de overtuiging en intelligentie van Bruno Tobback dat die vermoedelijk zulks zal worden. Het was vermoedelijk ook enkel aan de inzet, overtuiging en intelligentie van Mark Eyskens te wijten dat hij in de voetsporen van zijn vader kon treden, en om louter dezelfde reden zat Koenraad Dillen jaren in het Europees Parlement en was Bert Anciaux in het verleden een ander Vlaams-Nationaal stemmenkanon. De lijst is uiteraard langer, en afkomst doet er niet toe, ben je gek. Vraag dat maar aan prins Filip of George W. Bush. Over geboren worden in de Hoorn van Afrika  zullen we maar zwijgen zeker?

En, als laatste, wat met mensen met eenzelfde intelligentie, uit eenzelfde bescheiden gezin, met eenzelfde soort inzet voor hun overtuigingen, die door allerlei toevalligheden en tegenslagen bijvoorbeeld hun studies niet hebben kunnen afmaken? Is je levensverhaal, dat deels bepaald is door toevalligheden, dan geen deel van je geschiedenis, geen deel van waar je vandaan komt, geen deel van je afkomst?

Samengevat is de inhoud van de parafrase een klassiek voorbeeld van een veel gemaakte denkfout: je eigen situatie als maat nemen voor de rest van de wereld. Of wat algemener, in een taal die De Wever zeker zal begrijpen: secundum quid. Dat ging volgens De Standaard ongeveer als volgt: ik ben intelligent en kan me inzetten voor mijn overtuiging, en ondanks het feit dat mijn familie bescheiden is, sta ik waar ik nu sta, wat meteen bewijst dat afkomst er niet toe doet. En dus is de – door Bart De Wever onuitgesproken maar volgens die logica wel dwingende – conclusie dat iedereen die uit een bescheiden gezin komt en niét succesvol is dat ofwel aan a) pech, ofwel aan b) zijn eigen gebrek aan inzet en/of intelligentie te danken heeft, want, nogmaals, afkomst doet er niet toe. En mensen met pech moeten gewoon maar wat harder werken, wat intelligenter worden en minder twijfelen aan hun overtuigingen, want afkomst doet er niet toe.

Of: “Willen is kunnen, want ik wou en ik kon.”

Harder werken is voor ambitieuze mensen met pech zeker vaak een mogelijkheid, maar intelligenter en/of ambitieuzer worden en/of minder twijfelen is niet iedereen gegeven.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s